De '5 vrijheden' voor een paard in groepshuisvesting

 
Groepshuisvesting paarden
 

Helaas is er nog veel dierenleed, ook bij de paarden in Nederland. Vaak is dit verborgen leed of leed dat voortkomt uit onwetendheid van de eigenaar.

In 1965 heeft de Britse regering opdracht gegeven aan het Brambell Committee om voorwaarden te stellen waaronder dieren gehouden zouden moeten worden. In 1993 is dit uiteindelijk uitgewerkt tot de welbekende ‘Vijf Vrijheden’:

Dieren zijn vrij van honger en dorst. Ze hebben gemakkelijk toegang tot vers water en een adequaat rantsoen.
Dieren zijn vrij van ongemak. Ze hebben een geschikte leefomgeving inclusief onderdak en een comfortabele rustplaats.
Dieren zijn vrij van pijn, verwondingen en ziekte. Er is sprake van preventie, een snelle diagnose en behandeling.
Dieren zijn vrij van angst en stress. Er is zorg voor voorwaarden en behandelingen die geestelijk lijden voorkomen.
Dieren zijn vrij om normaal gedrag te vertonen. Ze hebben voldoende ruimte, goede voorzieningen en gezelschap van soortgenoten.

De aard van het paard

De aard van het paard maakt het mogelijk dat de mens hem kon gaan trainen, maar dat maakte hem tegelijkertijd ook zo kwetsbaar. Voordat we een diepere verbinding met het paard kunnen aangaan, is het belangrijk dat we kennis hebben over zijn behoeften, zodat hij zich lichamelijk en emotioneel gelukkig kan voelen. We hebben het paard uit zijn natuurlijke omgeving gehaald en we verwachten van hem dat hij zich aanpast aan de omgeving die wij voor hem gecreëerd hebben. We beschouwen het paard al lang niet meer als prooi- en vluchtdier, maar zijn hele oorspronkelijke anatomische bouw is nog steeds intact. Dat wil zeggen dat het paard de lichamelijke behoefte heeft om te bewegen. Te lang en te veel stilstaan in een te kleine ruimte kan veel lichamelijke, mentale en emotionele problemen veroorzaken.

Tot 2002 runde ik een traditionele pensionstal en manege. De paarden stonden in de zomer overdag in de wei en s ‘nachts op stal. In de winter stonden ze relatief veel op stal en moesten ze genoegen nemen met overdag een paar uurtjes naar buiten in de paddock. Ik voelde, vooral in de winter, veel ongenoegen bij de paarden en daardoor ook bij mezelf. Ze sloten zich meer af van de buitenwereld en de stress nam meer toe. Tijdens het voeren bijvoorbeeld werd er hard tegen de boxwanden geschopt, gingen de tanden met een vreselijk geluid van boven naar beneden via de tralies. Met de oren plat in de nek en met de tanden bloot werd er uitgehaald naar het buurpaard. Maar ook aan het eind van het weideseizoen was het iedere middag weer een uitdaging om de hongerige paarden een voor een veilig op stal te krijgen. De hoogste in rangorde mepte de andere paarden uit de buurt om als eerste naar stal te mogen. Ik voelde mezelf meer een gevangenisbewaarder dan een liefhebbende staleigenaresse. Ik ging hiermee compleet mijn doel voorbij.

Ik heb het roer compleet omgegooid. Het idee om een bewegingsstal te creëren werd geboren. Ik wilde een plek voor de paarden waar ze zich 24 uur per dag veilig kunnen voelen en vrij zijn van honger, dorst en stress. In Nederland kon ik in die tijd nog geen inspiratie vinden, daarvoor ging ik naar Duitsland. Drie jaar later, in 2005, opende ik de eerste Hitactief stal in Nederland voor pensionpaarden. Gelukkig zijn we daarna voor veel stallen een inspiratiebron geweest en zijn er nu al vele soorten groepshuisvestingen die bijdrage een betere welzijn van het paard.

1. Vrij van honger en dorst

Doordat het paard van nature gebouwd is om lange afstanden af te leggen is zijn verteringssysteem bijzonder gevoelig. Zijn darmkanaal is bijna 40 meter lang, terwijl zijn maag relatief klein is. Het darmkanaal van het paard is zo ingericht dat er zo’n 16-18 uur per dag ruwvoer gegeten kan worden. Zijn maag heeft een inhoud van 8 tot 15 liter. Het verteringssysteem van het paard is gebaseerd op kleine porties voedsel, zodat hij tussendoor grote afstanden kan afleggen. Een paard mag niet langer dan 6 uur zonder ruwvoer.

Het principe van een bewegingsstal is dat alle paarden automatisch gevoerd worden door middel van een chip. De paarden krijgen 24 keer per dag, dus ieder uur, een portie ruw- en krachtvoer. Deze porties zijn per paard afgestemd op de verschillende individuele voerbehoeftes. Het dag- en nachtritme is op deze manier voor hen hetzelfde, net als in de natuur. De paarden eten niet gezamenlijk van een grote voerplaats, maar lopen om de beurt een voerstation in die tijdens hun voerbeurt niet toegankelijk is voor andere paarden. Zo kunnen paarden die laag in rangorde staan ook rustig eten.

Er is een gezamenlijke drinkbak, zo ver mogelijk verwijdert van het hooi- en krachtvoerstation, zodat ze zoveel mogelijk kilometers per dag moeten afleggen.

Het grootste nadeel van het paard s ‘nachts op stal houden is dat het paard gemiddeld genomen vele uren per nacht zonder hooi staat. In veel gevallen krijgen de paarden rond 20.00 hun laatste plak hooi, die ze vervolgens rond middennacht op hebben. De paarden staan gemiddeld s ‘nachts 7 uur zonder ruwvoer tot de volgende voerbuurt. Om de hongerige paardenmagen te stillen en om de onrust in de stal zo snel mogelijk te dempen krijgen veel paarden nog steeds als eerste een schep krachtvoer in plaats van ruwvoer. Terwijl het paard eerst ruwvoer nodig heeft om voldoende speeksel te produceren om het krachtvoer te kunnen verteren. Ik schets hierboven het beeld zoals ik vroeger mijn stalmanagement voerde, uiteraard uit gebrek aan beter weten, maar helaas komt het in veel gevallen nog steeds voor. Paarden met koliek had ik toen nog regelmatig, terwijl dat nu, sinds de bewegingsstal, nog zelden voorkomt.

2. Vrij van ongemakken

Het ene paard staat graag midden in de zon te genieten van de warmte, terwijl het andere op een warme zomerdag graag in de schaduw staat. Het ene paard geeft niks om een buitje regen, terwijl met andere paard niet weet hoe snel hij naar binnen moet komen. Dit is zeker niet altijd de oorzaak van wat hem is aangeleerd. Ik heb 9 eigen paarden en ze laten hierin allemaal een andere voorkeur zien. Kleur en ras is echter wel vaak bepalend. Witte paarden kunnen bijvoorbeeld over het algemeen beter tegen de felle zon, dan zwarte paarden. Het is fijn als de paarden vrij zijn om te kiezen of ze naar binnen of naar buiten willen, of ze willen schuilen voor zon en regen of niet.

Veel paarden in Nederland worden in een box gehouden. Om het verblijf in een box aangenaam te maken moet de box voldoen aan verschillende eisen. Uiteraard is de afmeting belangrijk. Het paard moet languit kunnen liggen en heeft ook behoefte om te kunnen rollen. Wettelijk moet een box minimaal 10m2 zijn, maar je kan je voorstellen dat een paard van 1.70-1.80 hoog, daar moeilijk kan liggen en rollen. Daarnaast is de ligcomfort en stalklimaat belangrijk. Hoe comfortabeler de stal, hoe vaker het paard zal gaan rollen, uitrekken en liggen. Ik heb daarom gekozen voor een ruime gemeenschappelijke rustruimte i.p.v. individuele boxen. Het voordeel hiervan is dat paarden de ruimte kunnen nemen die ze nodig hebben en, heel belangrijk, ze kunnen kiezen naast welk paard ze gaan liggen.

Ik heb een kudde van 25 paarden in een bewegingsruimte lopen. Alle paarden kunnen met elkaar opschieten, maar dat neemt niet weg dat ze geen persoonlijke voorkeur hebben. De kudde is een geheel, maar daarin is het onderverdeeld in ­­subkuddes. De paarden zoeken hun vaste maatjes uit en vaak zie je die dan ook naast elkaar slapen.

De manier waarop een nieuw paard geïntroduceerd wordt in de groep, is erg belangrijk voor de rust en veiligheid van het paard. Ieder paard heeft een ander karakter en ieder paard heeft ook een ander verleden. Ik vind het belangrijk dat er gekeken wordt naar wat het paard zelf aangeeft. Bij ons werken we met kennismakingsboxen. Het paard heeft nog even zijn eigen box waar hij zich in kan terugtrekken, maar de toegang naar contact met de kudde is altijd open d.m.v. een aansluitende paddock. Het paard kan op deze manier zijn eigen tempo aangeven en laat daarmee zien wanneer hij er aan toe is om de kudde in te gaan. Ook dit wordt gedoseerd in tijd.

3. Vrij van pijn, verwondingen en ziekte

Vaak zijn mensen bang dat paarden zich verwonden als ze in een grote kudde staan. Maar inmiddels run ik nu meer dan 15 jaar een groepshuisvesting waarin binnen de kudde het aantal paarden gevarieerd heeft van 25 tot 40 paarden. Voor mezelf kan ik de conclusie trekken dat de verwondingen aanzienlijk lager liggen dan dat ik een traditionele stal had met boxen en weidegang. Het paard in de bewegingsstal is een tevreden paard omdat hij continu alles om zich heen heeft wat hij nodig heeft en daardoor geen stressmomenten heeft. Zijn tolerantie naar andere paarden is daarom heel groot. Veel paarden die in de winter overdag in de zandpaddock staan hebben honger en vervelen zich, ze zijn eerder geïrriteerd en kunnen daardoor sneller uitvallen naar andere paarden.

Natuurlijk wil iedereen een gelukkig paard dat zonder pijn door het leven gaat. Toch zijn er schrikbarend veel paarden die, ook zonder dat wij het weten, met pijn rondlopen. De drie grootste pijnoorzaken zijn kreupelheid, hoef- of gebitsproblemen. Het paard, als prooidier, laat zijn pijn over het algemeen pas zien als het echt niet meer gaat. Preventie is daarom zo belangrijk, dus op tijd naar de hoefsmid, tandarts, zadelpasser, fysiotherapeut, etc.

Je paard houden in een groepshuisvesting is ook een preventie. In een bewegingsstal of een paddock paradise wordt het paard gemotiveerd om te gaan lopen. Ze blijven soepeler en hun beweging is verdeeld over de hele dag. De paarden hebben veel frisse lucht, genoeg ventilatie en daglicht. Hun weerstand blijft daardoor op pijl waardoor de kans op ziektes afneemt.

Ik heb de afgelopen jaren veel paarden met chronische gezondheidsklachten op stal gekregen. Paarden met artrose, paarden met luchtweginfecties, paarden met insulineresistentie zijn daar voorbeelden van, maar door het leven in de bewegingsstal zijn deze ziekte beelden aanzienlijk verminderd of zelfs verdwenen.

4. Vrij van angsten en stress

Als een paard een veilige leefomgeving heeft, zullen we dat terugzien in de training. Een paard dat onder chronische stress staat, en helaas zijn dat nog veel meer paarden dan wij denken, zal in de training vaak overkomen als onoplettend en onvoorspelbaar. Geestelijke spanning zorgt ervoor dat het paard ook lichamelijk onder spanning staat. We kunnen een verschil maken tussen acute stress en chronische stress. Acute stress is goed waarneembaar. Hormonen als adrenaline veroorzaken acute vluchtgedrag bij het paard. Deze vorm van stress is, mits het niet te vaak op een dag voorkomt, geen grote bedreiging voor het welzijn van het paard. Een grotere valkuil is de chronische stress, omdat deze niet altijd bij alle paarden even goed zichtbaar is. Bekende voorbeelden zijn wat we noemen de stalondeugden, zoals luchtzuigen, kribbebijten, weven en boxlopen.

Persoonlijk vind ik de term ‘ondeugden’ die wij gebruiken niet helemaal op zijn plaats. Het is uiteraard niet omdat het paard ondeugend is, maar het paard heeft een manier gevonden om te kunnen overleven. Het paard gaat, omdat hij ongelukkig is, een beweging herhaaldelijk toepassen waardoor er een chemisch stofje vrijkomt, enkefaline genoemd, die pijnstillend voor hem werkt. Ook klapperen van de lippen, het wit van de ogen laten zien, overmatig likken, krampachtig lopen, loom gedrag, opgetrokken neus- en mond en maagzweren zijn uitingen van langdurige stress.

In mijn vorige traditionele stal had ik een paard op stal staan die lucht zoog (kribbebijten) en een die weefde. Beide paarden zijn daarna overgegaan naar de bewegingsstal en beide stalgebreken waren van een op de andere dag opgelost. In de bewegingsstal hebben de paarden alle basisbehoeftes: eten, drinken, onderdak en sociaal contact in één ruimte, 24 uur per dag. Op deze manier zijn de stressmomenten weggehaald. Ze kunnen zelf bepalen wanneer ze gaan eten, dus er is geen voernijd. Ze kunnen zelf kiezen of ze naar binnen of naar buiten willen. Ze hebben voldoende ruimte en soortgenoten om zich heen waar ze uit kunnen kiezen om te spelen of naast kunnen staan. De kudde staat ook 24 uur per dag samen, dat zorgt voor veel veiligheid. Kortom, de verschillende stressmomenten die een dag kan hebben zijn weggehaald en daardoor heerst er een enorme rust en daardoor ook veiligheid.

Het paard komt in zijn diepste slaap wanneer hij kan gaan liggen. Een paard gaat echter alleen liggen wanneer het zich veilig voelt. Paarden slapen tussen de 3-5 uur. Ze kunnen zowel staand als liggend slapen. Maar als een paard zich veilig voelt en hij liggend durft te slapen, dan kan hij in zijn diepste slaap komen, we noemen dat de Paradoxical Sleep (PS). Tijdens deze slaap verdwijnt de spierspanning en daarom kan dit alleen maar als het paard ligt. Een paard ligt per dag tussen de 45 minuten en de 2,5 uur, daarvan gebruikt hij ongeveer 20% voor de PS slaap.

In drukke stallen zie je een paard zelden overdag slapen, terwijl als het paard de vrijheid heeft om zijn eigen dagritme te volgen en hij voelt zich veilig, dan ligt het paard ook met regelmaat overdag.

5. Vrij om normaal gedrag te vertonen

De paarden die we nu hebben zijn het resultaat van ongeveer 6000 jaar domesticatie. Ze zijn eigenlijk niet meer te vergelijken met de wilde paarden van vroeger, maar ze leven nog wel het gelukkigst als ze hun natuurlijke gedrag en behoeftes kunnen volgen. Het paard van nu heeft nog steeds behoefte aan sociaal contact, hebben ze een kauwbehoefte en moeten ze bewegen om blij en gezond te blijven.

Paarden zijn sociale dieren, dat heeft van oorsprong de nodige voordelen om in een kudde te kunnen leven. Een kudde biedt veiligheid. Een paard dat alleen wordt gehouden raakt gefrustreerd, sluit zich af en zal eerder afwijkend gedrag gaan vertonen.

Paarden sluiten vriendschappen. Door de paarden te houden in een groepshuisvesting hebben paarden de hele dag door, gelegenheid om te spelen en ‘schoftje te krabben’.

Een aantal tips

Hopelijk heb je uit mijn verhaal inspiratie gehaald en kan je wellicht door kleine aanpassingen op je eigen stal de welzijn van het paard meer vergroten. Denk bijvoorbeeld aan:

  • De tralies (voor een gedeelte) verwijderen tussen de boxen zodat de paarden die naast elkaar staan meer contact hebben.
  • Je paard niet naast een paard laten staan die hij niet aardig vindt, maar zoek een plaats op stal die hij wel fijn vindt. Vaak krijg je de box toegewezen die op dat moment vrij is, maar dat wil niet zeggen dat dat de perfecte plaats is voor je paard. Ga schuiven en ruilen en observeer je paard, want hij laat echt zien wat hij prettig vind en wat niet.
  • Slowfeeders introduceren, zeker voor de nachten.
  • Een must voor de welzijn van je paard: zet je paard minimaal een paar uur buiten samen met een ander paard. Heb je een hengst? Creëer dan een ruimte waar hij in ieder geval naar buiten kan en op veilige afstand andere paarden kan zien.

Heb je vragen, suggesties of opmerkingen? Stel ze me gerust! Ik denk graag met je mee.

Of ben je benieuwd hoe zo’n bewegingsstal in het echt beweegt? Je bent van harte welkom om een kijkje te komen nemen op bewegingsstal De Maesberg in Arnhem.

Sandra Keus